Schedule a Visit

Nulla vehicula fermentum nulla, a lobortis nisl vestibulum vel. Phasellus eget velit at.

Call us:
1-800-123-4567

Send an email:
monica.wayne@example.com

2 maanden ago · · Reacties uitgeschakeld voor Ondersteuning van de communicatie bij koppels omtrent seksualiteit en intimiteit na een prostaatkankerbehandeling

Ondersteuning van de communicatie bij koppels omtrent seksualiteit en intimiteit na een prostaatkankerbehandeling

Marjoke (groepspraktijk Connect) werkte mee aan een onderzoek rond prostaatkanker en seksualiteit.

U kunt het artikel hieronder volledig terugvinden;

Onderzoek
Ondersteuning van de communicatie bij koppels omtrent seksualiteit en intimiteit na een prostaatkankerbehandeling
Sofie Naeyaert[1], Ines Keygnaert[2], Marjoke Van Coillie[3]

Samenvatting
Doel en achtergrond van het onderzoek:
Veel koppels ervaren communicatieproblemen omtrent de seksuele en intieme gevolgen van een prostaatkankerbehandeling. Desondanks is er een gebrek aan literatuur waarin beschreven wordt hoe koppels hierin ondersteund kunnen worden en zijn er nog onvoldoende effectieve interventies die hierop inspelen. Dit onderzoek trachtte hier een antwoord op te vinden.

Methode: Er werd een kwalitatief onderzoeksdesign gehanteerd. Zes semi-gestructureerde interviews vonden plaats, waarvan drie individuele interviews met patiënten en drie koppelinterviews met patiënten en hun partners. Alle deelnemende patiënten kregen de diagnose van prostaatkanker en ondergingen hiervoor een behandeling. De data werd geanalyseerd door middel van een thematische analyse en het programma Nvivo 12.

Resultaten: De prostaatkankerbehandeling beïnvloedde de seksualiteit van patiënten en

partners. Sommige koppels vertoonden communicatieproblemen omtrent deze gevolgen. De communicatieproblemen waren gelinkt aan de communicatiestrategieën van patiënten en hun partners. Koppels waarbij geen erectie en penetratie meer mogelijk is, konden elkaar alsnog seksueel bevredigen via constructieve communicatie. Patiënten die destructieve communicatie vertonen, ervaren negatieve effecten van de seksuele gevolgen van een prostaatkankerbehandeling op hun zelfbeeld. Tot slot ervaarden de meeste participanten een taboe bij de communicatie met anderen over seksualiteit en verschilden de ondersteuningsnoden van patiënten en partners bij sommige koppels.

Conclusie: Bij de ondersteuning van de seksuele en intieme communicatie bij koppels na een prostaatkankerbehandeling is het belangrijk om rekening te houden met de communicatiestrategieën van het koppel, het taboe omtrent de communicatie over de seksuele gevolgen van een prostaatkankerbehandeling en de individuele ondersteuningsnoden van patiënten en partners.

Achtergrond

Prostaatkanker is de meest voorkomende vorm van kanker bij Belgische mannen (Cancer Today, z.d.). Door effectievere behandelingsmethoden en vroege detectie zijn overlevingscijfers van prostaatkankerpatiënten gestegen (Wong et al., 2016). Het meest recente onderzoek uit 2016 stelde vast dat het aantal sterftes door prostaatkanker de afgelopen 15 jaar met 38% is gedaald (Cijfers, z.d.). Desondanks kan een prostaatkankerbehandeling een grote invloed hebben op de levenskwaliteit van patiënten. De meest voorkomende klachten zijn erectiele dysfuncties en urine-incontinentie. Deze gevolgen hebben een impact op het seksueel functioneren (Chambers et al., 2017; Mehta et al., 2019) en beïnvoeden het mentaal welzijn van de patiënt. Zo is er een verhoogde kans op depressie en suïcidale gedachten (Rice et al., 2018; van Stam et al., 2017). De gevolgen van een prostaatkankerbehandeling beïnvloeden niet alleen de patiënt maar ook het mentaal welzijn en de seksuele tevredenheid van de partner. (Badr & Taylor, 2009; Kershaw et al., 2008; Wootten et al., 2014). Open communicatie tussen beide partners is een belangrijke facilitator om met de seksuele gevolgen van prostaatkanker om te gaan (Magsamen-Conrad et al., 2015).

Voor veel koppels is het echter een uitdaging om open te communiceren over de psychoseksuele en intieme gevolgen van een prostaatkankerbehandeling. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat prostaatkankerpatiënten en hun partners een gebrek aan psychosociale ondersteuning ervaren bij het omgaan met de gevolgen van prostaatkanker en bij de intra koppel communicatie omtrent de seksuele bijwerkingen (Albaugh et al., 2017; Galbraith et al., 2011; Gray et al., 2000; Mehta et al., 2019). Er zijn nog onvoldoende effectieve en efficiënte interventies voor het bevorderen van de communicatie bij koppels die kampen met de psychoseksuele gevolgen van een prostaatkankerbehandeling (Badr, 2017; Badr & Taylor, 2009; Galbraith et al., 2011). Daarnaast is er een gebrek aan literatuur waarin beschreven wordt hoe deze koppels het best geholpen worden om de communicatie in hun relatie omtrent intimiteit en seksualiteit te bevorderen (Galbraith et al., 2011).

Via dit onderzoek werd nagegaan hoe koppels ondersteund kunnen worden ter bevordering van de communicatie in hun relatie omtrent de psychoseksuele en intieme gevolgen van een prostaatkankerbehandeling.

Methode

Er werd een kwalitatieve methode gehanteerd. Op basis van interviews met koppels en individuele interviews met patiënten werden ondersteuningsnoden omtrent de psychoseksuele communicatie bij koppels na een prostaatkankerbehandeling nagegaan. Zowel koppelinterviews als individuele interviews werden afgenomen.

Steekproef

De deelnemers namen reeds deel aan een vorig kwantitatief vragenlijstonderzoek onder leiding van Marjoke Van Coillie. Hierin werd hen gevraagd of ze interesse hebben om deel te nemen aan huidig onderzoek. Deelnemers die hier mee instemden, werden per mail gecontacteerd. Het ging hierbij enkel om contactgevens van patiënten. De contactgegevens van de geïnteresseerde deelnemers werden doorgegeven aan de onderzoekende student, zodat een datum en locatie kon worden gepland voor een interview. Hiervoor werd een tweede mail verstuurd door de onderzoekende student

De sampling verliep via non-probability sampling. Het ging om purposeful sampling waarbij er een evenwicht is tussen een heterogene en homogene steekproef. Alle patiënten die een prostaatkankerbehandeling kregen, ongeacht de soort en het moment waarop de behandeling plaatsvond, waren toegelaten. Patiënten kregen de keuze om hun partner al dan niet mee te brengen naar het interview zodat de kans op deelname verhoogd werd en individuele en koppel interviews konden vergeleken worden. De focus lag op het samen interviewen van de partners. Dit omdat de communicatiestrategieën binnen de koppels zo beter naar voor kwamen.

Heteroseksuele of homoseksuele patiënten en partners vanaf 18 jaar mochten deelnemen. Om een voldoende heterogene steekproef te verwerven, werden geen inclusiecriteria omtrent sociaaleconomische status opgenomen. Er werden 22 patiënten gecontacteerd. Uiteindelijk namen drie patiënten en drie koppels deel aan het onderzoek. Alle partners waren vrouwen. De participanten werden gerekruteerd tijdens de Covid-19 pandemie. Dit kon een drempel zijn voor sommigen om deel te nemen aan de interviews.

Datacollectie

De datacollectie vond plaats via koppel interviews en individuele interviews met patiënten. De interviews verliepen semi-gestructureerd en werden bij voorkeur bij de respondenten thuis afgenomen, in hun natuurlijke habitat of op een samen overeengekomen plaats. Drie individuele (N=3) en drie koppelinterviews (N=6) vonden plaats van juli tot en met oktober 2020. De interviewguide werd samengesteld aan de hand van de bevindingen in de literatuur en het sociaal-ecologisch model.

De interviewguide was de leidraad doorheen elk interview, maar geen keurslijf. Er werd zoveel mogelijk ingespeeld op thema’s die de participanten zelf naar voren brachten. Onmiddellijk na de interviews werden veldnota’s genomen en aangevuld. Door middel van reflectie hield de onderzoeker rekening met haar eigen positie binnen het onderzoek en de invloed daarvan op het onderzoeksproces en de onderzoeksresultaten. Zo kon de onderzoeker open-minded en onbevooroordeeld interviews afnemen en transcriberen (Holloway & Galvin, 2017).

Analyse

De analyse van de interviews vond plaats door middel van het programma Nvivo 12. Via een thematische analyse werd de data gecodeerd en gecategoriseerd. Er werd gezocht naar gelijkenissen, verschillen en connecties. Vanuit dit proces werden meer concrete concepten en constructen gevormd. De onderzoeker zocht naar grote thema’s die belangrijke inzichten samenbracht.

Ethische overwegingen

De deelname aan de studie was volledig vrijwillig en de vertrouwelijkheid van de participantengegevens werd gegarandeerd. Daarnaast werd een informed consent voorzien voor alle participanten. Vlak voor het afnemen van een interview werd de informed consent toegelicht door de interviewer zodat de participanten een volledig begrip hadden van de inhoud van het document. Het onderzoek verkreeg ethische goedkeuring van de ethische commissie voor onderzoek aan de U/UZ-Gent

Resultaten

Verschil in openheid tussen patiënt en partner

Er is een verschil in openheid (constructieve communicatie) over de seksuele gevolgen van prostaatkanker tussen patiënten en hun partners. Vooreerst waren de mannen in de koppelinterviews explicieter in hun taalgebruik dan de vrouwen wanneer het over seksualiteit ging.

“Ja, als je je partner wil verwennen heb je een vinger en een mond en je hebt alles hé.”

Daarnaast viel het op binnen de koppelinterviews dat wanneer sommige patiënten explicieter werden in hun taalgebruik omtrent seksualiteit of wanneer ze dieper ingingen op het onderwerp (ze zich meer openstelden) de partners de patiënten gingen afblokken. Ze beperkten de patiënten in hun openheid (destructieve communicatie).

“En ja, het is zo en we weten wat we graag hebben en de één verzorgt de ander of allee, hoe moet ik dat uitleggen?” (patiënt)
“Je moet dat niet uitleggen (vrouw geeft een non-verbaal teken aan partner dat hij moet zwijgen). We hebben al veel verteld hé.” (partner)

Zowel patiënten uit individuele interviews als patiënten uit koppelinterviews gaven zelf aan dat hun vrouw minder open staat om te praten over seksualiteit.

“maar, en dat vind ik dus wel jammer, mijn vrouwtje die zegt dan ook van je bent daar te makkelijk in of je bent daar te hard in of te open in.”

Eén participant gaf aan dat hij met zijn partner over de veranderde seksualiteit wou spreken om hun seksualiteit een nieuwe invulling te geven. Hij deed ook voorstellen om gebruik te maken van een kunstpenis om de erectiestoornis te omzeilen, maar zijn vriendin blokte dit af en werd kwaad wanneer hij bleef proberen om een conversatie omtrent de seksualiteit in hun relatie aan te gaan. Er was sprake van vraag terugtrekkende communicatie waarbij de patiënt wil communiceren omtrent de seksualiteit binnen de relatie, maar de partner zich hier steeds uit terugtrekt. De man gaf aan dat hij er daardoor soms niet meer over durft praten met zijn partner uit angst voor haar reactie. Dit is een indicatie dat vraag terugtrekkende communicatie waarbij één partner zich blijft terugtrekken uit de communicatie kan leiden tot wederzijdse vermijdende communicatie.

“Nee, ik spreek daar dan zo weinig mogelijk over daarrond. Als ik erop in ga en ik blijf door pushen dan maakt ze haar kwaad. Of dan zegt ze dat ik seks belust ben of een seksmaniak. Zij staat er niet voor open om erover te praten. Wil zij er niet over praten dan ga ik haar niet pushen.”

Bij één koppelinterview was de vrouw niet akkoord dat de man had toegezegd om deel te nemen aan het interview. Ze wou in eerste instantie niet deelnemen aan het interview als de interviewer bij hen thuis was. Als het interview even bezig was, besloot ze om toch deel te nemen op het moment dat de man sprak over hoe ze omgaan met de veranderde seksualiteit.
Binnen hetzelfde koppel kon wel constructief gecommuniceerd worden met elkaar over de seksuele gevolgen van prostaatkanker. Het koppel luisterde naar elkaars noden en bezorgdheden en deed voorstellen tot oplossingen om met de veranderde seksualiteit om te gaan en probeerde dit uit in de praktijk.

“Er was een beetje storing in de seksuele relatie omdat mijn vrouw ook zei: ‘het is niet mogelijk dat jij geen erectie krijgt en ik krijg dan een orgasme omdat we aan het vrijen zijn en dat is niet fair tegenover jou’, maar ik maakte daar geen probleem van. Ik zei: ‘dat is geen waar, voor mij is dat geen probleem’. Ik had gezegd: ‘dat kan toch niet omdat je geen erectie meer hebt dat je geen seksuele beleving meer kan krijgen’. Ik heb dat dan uitgeprobeerd via masturbatie. Dat is dan gelukt. Ik heb dus een goeie… Ik heb een goed orgasme gekregen. Ik heb dat ook verteld aan mijn vrouw en we hebben dat dan geprobeerd.” (patiënt)

Dit wijst erop dat er niet vanzelfsprekend een link is tussen de communicatie met anderen en de communicatie binnen het koppel. Een partner kan constructieve communicatie vertonen naar de patiënt toe, maar naar de interviewer meer gesloten zijn. Ook patiënten kunnen opener zijn in hun relatie dan in de communicatie met anderen. Dit wordt ook bevestigd bij de communicatie met vrienden en lotgenoten.

Communicatie buiten relatie

Zowel koppels die een hogere mate van constructieve communicatie vertonen als koppels die een hogere mate van destructieve communicatie vertonen, praten weinig of niet met hun vrienden over de seksuele gevolgen van prostaatkanker. Alle participanten, behalve één patiënt gaven aan dit niet nodig te vinden.

“Ik ervaar wel een hoge nood om daarover te spreken met vrienden, door gewoon mee te praten of een beetje empathie te hebben.”

Een verklaring voor de nood van die ene patiënt kan zijn dat hij in tegenstelling tot de andere participanten een hoge mate van vraag-terugtrekkende communicatie rapporteerde waarbij hij wou communiceren over seksualiteit, maar zijn partner dit steeds afblokte.
Verder werd enkel met vrienden die ook lotgenoten zijn, dieper ingegaan op de seksuele gevolgen van een prostaatkankerbehandeling. Er werd ook aangegeven dat vrienden weinig of niet vragen naar de seksuele gevolgen van een prostaatkankerbehandeling op het koppel of dat vrienden hier niet graag over spreken. Twee participanten merkten op dat ze uitgelachen werden wanneer ze hierover probeerden te communiceren met hen.
Alle participanten gaven aan dat er een taboe rust op het praten over seksuele problemen na prostaatkanker met anderen buiten het koppel en velen botsten ook op dit taboe wanneer ze met vrienden over de seksuele gevolgen van een prostaatkankerbehandeling wilden praten. Dit taboe werd bij sommige participanten in mindere mate ervaren bij vrienden die ook lotgenoten zijn.

“Dat wringt gewoon. Ofwel willen ze je er belachelijk mee maken ofwel kunnen ze er zelf niet over praten of zeggen ze dingen die op niks trekken, dus dan zwijg je daar gewoon zo veel mogelijk over.” (patiënt)

Ondanks het feit dat verschillende patiënten en partners aangaven liever te praten met lotgenoten omtrent de seksuele gevolgen van een prostaatkankerbehandeling dan met vrienden of professionals, werd meermaals aangegeven dat ze ook bij lotgenoten op een taboe botsen. Dit was zo voor vrienden die ook lotgenoten zijn en binnen lotgenotenverenigingen.

“Ja, we hebben dat een tweetal keer gedaan en er durfde niemand iets zeggen. Met een koffietje en een babbeltje en ‘hoe ist’, maar nooit gaat het eigenlijk cru over de grond van de zaak.” (partner: voorbeeld taboe lotgenotenverenging)

Partners en patiënten die communicatieproblemen ervaren binnen hun relatie en de nood ervaren om er met vrienden of lotgenoten over te praten kunnen dus niet altijd bij hen terecht om hun seksuele bezorgdheden of gevoelens te uiten.

Verschil in koppelinterviews en individuele interviews

Wanneer gevraagd werd aan de participanten hoe ze de steun van hun partner ervaren doorheen het prostaatkankerproces, waren de antwoorden bij de koppelinterviews beduidend korter en oppervlakkiger dan bij de individuele interviews. In tegenstelling tot de individuele interviews praatten de participanten uit de koppelinterviews niet spontaan over de steun of het begrip van hun partner. Ze gingen hier enkel op in wanneer er specifiek naar gevraagd werd door de interviewer. Dit wijst erop dat patiënten en partners elkaar onderling kunnen beïnvloeden in hun openheid.

“Het begrip ja… Het begrip is er.” (koppelinterview)
“Het is nogal een beetje een bazig type. Zij weet alles beter, ze kent alles beter, ze kan alles beter en het moet zo gebeuren zoals zij wil.” (individueel interview)

Daarnaast is het opvallend dat binnen de koppelinterviews twee van de drie koppels hun eigen relatie of seksualiteit vergeleken met die van anderen waardoor hun eigen relatie er beter uitkwam.  Zo werd de communicatie over eventuele problemen binnen de eigen relatie vermeden. Binnen de individuele interviews werd dit niet gedaan. Dit wijst er opnieuw op dat patiënten en partners elkaars openheid beïnvloeden.

“Euhmm en hoe ervaart u het begrip van uw partner omtrent uw veranderd lichaam?” (interviewer)
“Ik vind dat ze dat verstaat ja, dat ze daar geen euhm…” (patiënt)
“Ja, ik vind dat dat heel belangrijk is.” (partner)
“In andere gevallen heb ik gelezen dat er toch wat problemen zijn hoor.” (patiënt)
“Zeker, zeker.” (partner)
“Ja, maar bij ons is dat het geval niet, dus, ja” (patiënt)

Wederzijdse vermijdende communicatie door terugplooien op zichzelf

Een opvallend fenomeen dat bij twee koppelinterviews terugkwam was dat de patiënten en hun partners steeds terugplooiden op zichzelf. De koppels erkenden elkaars ervaringen en belevingen niet, maar negeerden ze en begonnen over zichzelf. Op die manier communiceerden ze niet met elkaar over de gevolgen van de prostaatkankerbehandeling op hun relatie en ontstond er een wederzijdse vermijding van communicatie.

“En wat is de invloed op jullie verlangen  naar seksualiteit?” (interviewer)
“Van hem is dat nog altijd hevig hé?” (partner)
“Ja, ja.” (patiënt)
“Van hem is dat heviger dan van mij, maar van mij heeft dat dan te maken met mijnmenopauze.” (partner)
“Als ik wakker word dan wil ik direct aan haar komen en moest ik dat niet meer zou krijgen dan… ja.” (patiënt).

Opvallend in dit interview was dat de vrouw steeds haar verminderde verlangen naar seks toeschreef aan haar menopauze, iets waar de man geen invloed op heeft. De man ging gedurende het hele interview niet in op de invloed van de menopauze van de vrouw op hun seksuele relatie. De partner beschermende de patiënt op die manier door te benadrukken dat haar verminderd seksueel verlangen niet ligt aan de prostaatkankerbehandeling van haar man. De patiënt beschermde zijn vrouw door niet te bevestigen dat de menopauze van zijn vrouw een impact heeft op zijn beleving van hun seksuele relatie (protective buffering). Communicatie over mogelijke seksuele problemen werd op die manier ook vermeden.

In een ander interview negeerde en minimaliseerde de partner de klachten van de patiënt wanneer het over zijn ervaring met incontinentie ging en koppelde ze dit terug naar haar eigen ongemakken. De patiënt ging nooit in op deze ongemakken. Ook viel het op dat beiden gedurende het interview weinig of niet over seksualiteit praatten. De patiënt nam het woord ‘seks’ één maal en het woord ‘erectie’ twee maal in de mond. De partner uitte nooit seks gerelateerde woorden. Dat bevestigt eveneens de wederzijdse vermijding van communicatie over de gevolgen van een prostaatkankerbehandeling.

“Ik heb daar een nacht geslapen dan (in het ziekenhuis). Ik had toen een bed apart want die liggen… die plastieken zakken die liggen onder je bed en ik moest zorgen dat ik er niet op trapte als ik op stond.” (patiënt)
“Ah ja, ja hé? Het is een man hé. Operatie he? Vrouwen kunnen tegen veel meer hé? (kijkt naar interviewer)” (partner)

Het feit dat beide partners vaak terugplooiden op hun eigen problemen en niet ingingen op die van de patiënt wijst erop dat patiënten en partners verschillende, individuele noden ervaren. Om de kwaliteit van leven van koppels te verhogen kan het dus belangrijk zijn om niet alleen rekening te houden met de noden van de patiënt, maar ook met de noden van de partner en deze in kaart te brengen.

 Communicatie en zelfbeeld patiënten

Een andere opvallende bevinding was dat bij drie koppels die een hoge mate van destructieve communicatie vertonen de patiënt negatieve effecten van de seksuele gevolgen van een prostaatkankerbehandeling op zijn zelfbeeld rapporteerde. Dit was niet zo bij drie koppels waarbij de patiënten en hun partners meer constructieve communicatie vertoonden.
De patiënten die in een relatie zitten waar beide partners wederzijdse vermijdende communicatie vertonen over de gevolgen van een prostaatkankerbehandeling of waarbij de patiënt wil communiceren over de seksuele gevolgen en de partner zich terugtrekt uit de conversatie, uiten negatieve effecten van de prostaatkankerbehandeling op hun zelfbeeld. Dit geldt zowel voor twee koppelinterviews als voor één individueel interview.

“Een beetje afgescheept eigenlijk. Een halve man. Ik ervaar mijn seksualiteit als minderwaardig eigenlijk, ja. Ja, een gevoel van minderwaardig, van niet meer compleet te zijn, dat er een stuk weg is waarvan je weet dat het niet meer terug komt.”

De patiënt die vraag-terugtrekkende (patiënt vraagt-partner trekt terug) communicatie rapporteerde, ervaarde zelfs depressieve gevoelens en schreef de seksuele problemen toe aan zichzelf.

“Ja, dat je je daar niet goed bij voelt. Als dat veel of dikwijls gebeurt dan een beetje depressief eigenlijk ook wel.”
“Dat stuk wat niet meer kan. Als ik nu een normale erectie kon krijgen en we vrijen normaal samen dan was er geen probleem. Dat stukje gaat nu niet meer. Het probleem dat het niet meer gaat, ligt aan mij.”

De patiënten uit de koppels die open communiceren over de seksuele gevolgen van prostaatkanker en luisteren naar elkaars noden en bezorgdheden en voorstellen doen tot oplossingen om met die veranderde seksualiteit om te gaan, rapporteerden geen negatieve effecten van de seksuele gevolgen van prostaatkanker op hun zelfbeeld.

Incontinentie en zelfbeeld patiënten

Dit was niet het geval voor de invloed van incontinentie op het zelfbeeld. Zowel bij een koppel die meer constructieve communicatie vertoonde als bij twee koppels die meer destructieve communicatie vertoonden, rapporteerden de patiënten een negatieve invloed van incontinentie op het zelfbeeld. Eén patiënt gaf aan dat hij de incontinentie ingrijpender vond dan de impotentie.

“Ja, ik vind, het is misschien ook zwaar gezegd: ‘het seksuele is bijkomstig’, maar in feite… Het is nodig een seksuele relatie, dat is nodig, maar die incontinentie vind ik veel ingrijpender dan dat.” (patiënt)

Terwijl impotentie hoofdzakelijk invloed heeft op de relatie van een koppel, heeft incontinentie ook invloed op het sociaal leven van prostaatkankerpatiënten en hun partners. De gevolgen van incontinentie gaan verder dan enkel relationele gevolgen.

“Maar ik ga nog altijd als we naar een evenement gaan of waar je zegt dat er niet snel een mogelijkheid is om naar toilet te gaan, leg ik altijd nog een, allee geen inlegkruisjes, maar hoe noemt dat? Dat voor de veiligheid zodat ik me veilig voel. Het is er niet onmiddellijk maar als je het voelt opkomen, moet je onmiddellijk gaan. Ik vind dat dat een grotere impact heeft op uw leven dan de rest.” (patiënt)

Communicatie en seksualiteit

Door middel van wederzijdse constructieve communicatie en het in de praktijk uitproberen van nieuwe manieren om seksueel genot te ervaren, vulden koppels hun seksualiteit opnieuw in op een manier waarbij beide partners nog seksueel kunnen genieten. De gevolgen van een prostaatkankerbehandeling beïnvloeden niet alleen de seksualiteit van patiënten, maar ook de seksualiteit van partners. Zij moeten in veel gevallen, net zoals hun partner hun seksualiteit een nieuwe invulling geven.

“Er was een beetje storing in de seksuele relatie omdat mijn vrouw ook zei: ‘het is niet mogelijk dat jij geen erectie krijgt en ik krijg dan een orgasme omdat we aan het vrijen zijn en dat is niet fair tegenover jou’, maar ik maakte daar geen probleem van. Ik zei: ‘dat is geen waar, voor mij is dat geen probleem’. Ik had gezegd: ‘dat kan toch niet omdat je geen erectie meer hebt dat je geen seksuele beleving meer kan krijgen’. Ik heb dat dan uitgeprobeerd via masturbatie. Dat is dan gelukt. Ik heb dus een goeie…Ik heb een goed orgasme gekregen. Ik heb dat ook verteld aan mijn vrouw en we hebben dat dan geprobeerd.” (patiënt)
“Veel spreken en proberen hé, eigenlijk. Proberen wat het best is voor hem en wat het best is voor mij. Dat is… ja.” (partner)

Dit indiceert dat patiënten en partners waarbij er geen erectie en penetratie meer mogelijk is toch een goede seksuele relatie kunnen ervaren door er op een constructieve manier over te communiceren en de seksualiteit op die manier opnieuw in te vullen. Het is dus niet zo dat koppels waarbij geen erectie of penetratie meer mogelijk is vanzelfsprekend een lagere seksuele tevredenheid ervaren. Het is vooral de manier waarop omgegaan wordt met de seksuele gevolgen en hoe ze hier over communiceren die de seksuele tevredenheid binnen het koppel beïnvloedt. De soort communicatiestrategie blijkt dus een belangrijke invloed te hebben op de seksuele tevredenheid binnen het koppel na een prostaatkankerbehandeling.
Constructieve communicatie is belangrijk wanneer koppels zich willen aanpassen aan de seksuele gevolgen van prostaatkanker op een manier waarbij beide partners elkaar nog seksueel kunnen bevredigen.

Communicatie en intimiteit

Wat betreft intimiteit blijkt uit vijf van de zes interviews dat patiënten en partners geen goed begrip hebben van intimiteit. Ze stelden intimiteit gelijk met seksualiteit, ook wanneer het begrip werd uitgelegd. Zowel patiënten als partners gebruikten beide begrippen door elkaar om naar seks gerelateerde onderwerpen te verwijzen. Beide begrippen gaan over het uiten van genegenheid en het ervaren van verbondenheid met een andere persoon. Mogelijk is dit de reden waarom koppels intimiteit als onderdeel zien van seksualiteit.

“Ok, dan eigenlijk omtrent intimiteit, dat is iets anders dan seks, dat is het uiten van gevoelens en aanrakingen, naast seks.” (interviewer)
“Eigenlijk is er niet veel veranderd. Dat is een beetje hetzelfde gebleven eigenlijk. Ook door het feit dat hij het nog kan hé (man kan nog erectie krijgen). Het is daar eigenlijk niet echt iets aan veranderd he? Of ben ik mis?” (partner)
“Nee, nee. Het is een beetje hetzelfde hé.” (patiënt)

Verder is er een gelijkenis tussen de communicatie van de koppels over seksualiteit en de communicatie van de koppels over intimiteit. Twee koppels die een hogere mate van destructieve communicatie vertoonden omtrent seksualiteit, doen dit ook omtrent intimiteit. Een verschil is hier dat één koppel geen wederzijds communicatie vertoonde, maar vraagterugtrekkende communicatie, waarbij de partner meermaals aanbracht dat ze meer nood had aan intimiteit bij de patiënt, maar hij hier niet op inging (patiënt vraagt-partner trekt terug). Als de patiënt er wel op reageerde, antwoorde hij enkel met ‘ja’.
Het andere koppel ging het praten over intimiteit uit de weg (wederzijds vermijdende communicatie), net zoals ze dat deden wanneer hen gevraagd werd naar hun seksualiteit. Mogelijks verwarde dit koppel intimiteit, net zoals de andere participanten met seksualiteit en gingen ze er daarom niet op in.

“Hoe ervaarden jullie de intimiteit binnen jullie relatie, dat is dus buiten het seksuele, zoals praten over gevoelens, aanraking, uiten van genegenheid. Hoe ervaarden jullie dat voor de diagnose van prostaatkanker?” (interviewer)
“Goed.” (patiënt)
“We ervaarden dat goed.” (partner)
“Ja, ja.” (patiënt)
“Ja eh? Ja eh? Ik denk het wel.”
“Niks veranderd, niks.” (partner)
“Niks veranderd, niks gewijzigd.” (patiënt)

Opvallend was dat de patiënt die een hoge mate van vraag-terugtrekkende communicatie aangaf (patiënt vraagt-partner trekt terug) omtrent seksualiteit geen communicatiemoeilijkheden ervaarde omtrent intimiteit.

“Ja, ik heb misschien nog één vraagje. Hoe beïnvloedt de prostaatkanker de uitwisseling van gevoelens binnen uw relatie?” (interviewer)
“De seksuele gevoelens, dat wel, maar voor de andere gevoelens zou ik dat niet te veel dramatiseren. Buiten het seksuele niet, dus het puur seksuele er buiten gelaten dan gaan we normaal met elkaar om.”

Dit wijst erop dat de communicatiestrategieën bij de deelnemende participanten omtrent seksuele gevolgen van een prostaatkankerbehandeling niet altijd gelinkt zijn aan de communicatie binnen de koppels omtrent intimiteit.

Discussie

Communicatie en seksualiteit

In dit onderzoek werd bevestigd dat sommige koppels communicatieproblemen ervaren bij de communicatie over de seksuele gevolgen van prostaatkanker, wat het nut van dit onderzoek benadrukt. De communicatieproblemen waren gelinkt aan de communicatiestrategieën die patiënten en partners gebruikten. Deze bevindingen suggereren dat gezondheidsprofessionals die de seksuele relatie van prostaatkankerpatiënten en hun partners willen bevorderen er baat bij hebben om de communicatiestrategieën binnen het koppel in kaart te brengen en er op in te spelen (Badr & Taylor, 2009; Manne et al., 2010; Wootten et al., 2014).Verder blijkt dat de gevolgen van een prostaatkankerbehandeling de

seksualiteit van zowel de patiënten als de partners kunnen beïnvloeden. Zij moeten in veel gevallen, net zoals de partner hun seksualiteit een nieuwe invulling geven door bijvoorbeeld het wegvallen van de penetratie. Dit werd ook in andere onderzoeken bevestigd (Badr & Taylor, 2009; Kershaw et al., 2008; Wootten et al., 2014). Constructieve communicatie blijkt een belangrijke facilitator om met de seksuele gevolgen van prostaatkanker om te gaan. Koppels waarbij er geen erectie en penetratie meer mogelijk is konden elkaar alsnog seksueel bevredigen door er op een constructieve manier over te communiceren en de seksualiteit op die manier opnieuw in te vullen. Dat constructieve communicatie de seksuele relatie van koppels kan bevorderen na een prostaatkankerbehandeling werd eveneens bevestigd in een onderzoek van Magsamen-Conrad et al. (2015). Verder werd het fenomeem ‘protective buffering’ bevestigd binnen dit werk. Zo gingen sommige patiënten en partners het bespreken van seksuele problemen uit de weg via wederzijdse vermijdende communicatie waardoor patiënten en partners elkaar niet confronteerden met mogelijke seksuele problemen. (Badr, 2017; McLeod et al., 2014; Wootten et al., 2014).

Communicatie en intimiteit

Wat betreft de communicatie over intimiteit viel het op dat veel koppels intimiteit en seksualiteit door elkaar gebruikten om te verwijzen naar seksualiteit. Zowel patiënten als partners gebruikten beide begrippen door elkaar om naar seksgerelateerde onderwerpen te verwijzen. Het onderzoek van Birnie-Porter & Lydon (2013) kan dit verklaren. De onderzoekers stellen dat seksualiteit en intimiteit in een romantische relatie onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Seksualiteit wordt in het onderzoek gezien als een onderdeel van intimiteit. Ze benoemen het als seksuele intimiteit, waarbij er sprake is van seksueel verlangen en activiteit. Volgens de onderzoekers leidt het verlangen naar intimiteit bij koppels veelal tot seksuele intimiteit. Mogelijk is dit de reden waarom koppels binnen dit onderzoek seksualiteit en intimiteit door elkaar gebruiken, omdat seksualiteit als een onderdeel van intimiteit kan gezien worden. Ook in het onderzoek van Manne et al. (2010) zien de onderzoekers seksualiteit als een onderdeel van intimiteit. Dit kan een verklaring zijn waarom sommige partners en patiënten die op een destructieve manier communiceerden over seksualiteit ook destructief communiceerden over intimiteit. Het is echter niet zo dat alle partners en patiënten die meer destructieve communicatie vertoonden omtrent intimiteit dit ook deden bij de communicatie omtrent seksualiteit.

Communicatie en zelfbeeld

Daarnaast blijkt er een link te zijn tussen het zelfbeeld van patiënten en de communicatiestrategieën binnen de koppels. Patiënten die in een relatie zitten waarbij een hoge mate van destructieve communicatie aanwezig is, ervaren negatieve effecten van de seksuele gevolgen van een prostaatkankerbehandeling op hun zelfbeeld, zoals schaamte en een minderwaardigheidsgevoel terwijl dit niet zo was bij de koppels die meer constructieve communicatie vertoonden. In verschillende onderzoeken kwam naar voor dat schaamte bij de patiënt over zijn veranderd lichaam er toe leidt dat hij het uiten van zijn gevoelens omtrent de gevolgen van prostaatkanker uit de weg gaat (Badr, 2017; Boehmer & Clark, 2001). Dit kan een verklaring zijn voor het lage zelfbeeld van patiënten binnen dit onderzoek die destructieve communicatie vertonen.

Ondersteuning

Een andere bevinding is dat patiënten en partners verschillende, individuele noden ervaren. Om de kwaliteit van leven van koppels na een prostaatkankerbehandeling te verhogen is het belangrijk om niet alleen rekening te houden met de noden van de patiënt, maar ook met de noden van de partner en deze in kaart te brengen. Een interventie op maat die rekening houdt met de specifieke noden van partners en patiënten is belangrijk. Dat blijkt ook uit de literatuur (Bobridge et al., 2015; Primeau et al., 2017; Song et al., 2016).

Verder gaven alle participanten aan dat er een taboe rust op het praten over seksuele problemen na prostaatkanker met anderen buiten het koppel. Zowel patiënten als partners botsten op het taboe wanneer ze met anderen, zoals vrienden of lotgenoten over de seksuele gevolgen van een prostaatkankerbehandeling wilden praten. Dit werd eveneens bevestigd in eerder onderzoek van George & Fleming (2004). Dat betekent dat partners en patiënten die communicatieproblemen ervaren binnen hun relatie en nood hebben om er met vrienden of lotgenoten over te praten niet altijd bij hen terecht kunnen.

Bij het afnemen van de interviews was er een verschil in openheid omtrent de seksuele gevolgen van prostaatkanker bij patiënten en partners. Partners waren minder open ten opzichte van de interviewer dan patiënten. Sommige partners gingen de openheid van patiënten zelfs afblokken. Dit taboe trok zich niet altijd door naar de communicatiestrategieën binnen een koppel. Een partner kon constructieve communicatie vertonen naar de patiënt toe, maar naar de interviewer meer gesloten zijn. Het taboe van partners om hierover te spreken met interviewers werd eveneens ervaren bij het rekruteren van participanten voor het onderzoek van McCaughan et al. (2018). Daarbij gaven sommige patiënten aan dat ze niet konden deelnemen als koppel omdat hun partner er niet over wou spreken. Koppels met psychoseksuele communicatieproblemen ondersteunen na een prostaatkankerbehandeling kan dus moeilijk zijn doordat sommigen, in dit geval vooral de partners er niet met anderen over willen praten.

Beperkingen van het onderzoek

Een eerste beperking van het onderzoek is de kleinschaligheid ervan en het feit dat enkel koppels en patiënten werden geïnterviewd. Daarnaast kan er een vertekening zijn in de resultaten doordat bij de zes deelnemende patiënten de prostaat werd verwijderd, met uitzondering van één patiënt die achteraf bestraling kreeg. Verder kon het taboe die rust op het praten over seksualiteit een drempel zijn voor koppels die communicatieproblemen ervaren om deel te nemen. Een andere beperking is dat het onderzoek verricht werd tijdens de Covid-19 pandemie. De meeste prostaatkankerpatiënten en hun partners behoren tot de risicogroep die vatbaar is voor de nefaste gevolgen van Covid-19. Dit kon een drempel zijn om deel te nemen aan de interviews. Een laatste beperking is dat er enkel vrouwelijke partners deelnamen. In de praktijk zijn er wellicht ook homoseksuele patiënten en partners die communicatieproblemen ervaren.

[1] Vakgroep Volksgezondheid en Eerstelijnszorg, Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen, Onderzoekende student master in de Gezondheidsbevordering, Universiteit Gent, België

[2] Promotor, Vakgroep volkgezondheid en Eerstelijnszorg, ICRH, Gent, België

[3]Copromotor, Seksuologische hulpverlening, relatietherapie & individuele psychotherapie, traumatherapie, Brugge, België

 

 

 

 

 

Tags: , , , , Categories: Nieuws

Admin

Admin

Vivamus ullamcorper pretium ipsum, id molestie elit dapibus vitae. Vestibulum ut odio id sem ultrices convallis vel id diam.